Kevin Amse – Dood of de Gladiolen II

Zoals beloofd: de tweede battletekst van Kevin Amse. Samen met de eerste zal hieruit de nieuwe introductietekst komen.

De dood of de gladiolen II

Zoals de meeste heb je al langer een lage beeldresolutie
met afgestorven pixels vervangen door een idee of illusie
Ik bekijk de realiteit als een vloedgolf:
als het losjes uit je polsen komt dan kom ik in bloedvorm
Ik maak je poëtisch af en kerf tranen op je gelaat met inkt
jij bent zo stom en laf dat als je recht door zee gaat, verdrinkt
Je shit kan niet werken, het is tijd dat je de schade overziet
Geloof verzet bergen, maar slechter dan platentektoniek
Zelfs verkleedt als kerstboom is er geen vrouw die jou versiert
Je blijft trouw bij de pakken zitten alsof je te lang kerstmis viert
Je hoopt op het einde, maar dit zwijn is met sadisme doorspekt:
als jouw dagen geteld zijn, heb je een autistische trek
Voor geen geld wil ik je sparen, wij hebben het soort relatie
waar ik je in zak en as achter laat om te staren naar je crematie
En pas als we dat feit ervaren kunnen we de strijd begraven.
Liefde is als een giftige plant: jij kan nooit van de vrucht eten
Dus ik laat je naar adem happen en mooi gebakken lucht vreten
Je bent een vieze brei, als kots hang je me de keel uit
Je bent Chinees voor mij: na mijn rammeling sla je geel uit
Ik ben geslepen; iedere zin is een diamant. Ik wrijf het er even in:
ik ben geslepen; iedere zin is een briljant (geschreven zin)
Je bent dom. Je blijft wakker om te ontwaken en ik ga je niet wekken
En eenzaam. Je geilt als er sprake is van de tafel te dekken
Je wordt niet populair, geen bibliofiel wil jou voor iets boeken
Als blinden bij verstoppertje, debiel: je kan hier niets zoeken
Verliezen is muziek in je oren: het is melodie, drums en baslijn
Als jij met het leven speelt dan horen we dat de noten vals zijn
Je ziet eruit als iemand die tegen de muren aanloopt in een rolstoel
Alsof je wil surfen maar niet kan sturen omdat je geen golf voelt
Mijn woorden maken je echt te bang en je hebt geen vechtersdrang
Ik laat je links liggen en check het dan: ik raak toch je rechterwang
Hé maar blijf schrijven. Ik zou niet willen dat je plots stopt of afhaakt
Jouw materiaal is filosofisch fijne stof, vandaar ik je van Kant maak.

Kevin Amse – De dood of de gladiolen

Tussen de feestdagen van 2016 door geeft Amse een nieuw stuk tekst vrij. ‘De dood of de gladiolen’ is de eerste van twee ‘battle’ teksten die hij als basis zal gebruiken om zijn nieuwe slam poetry set te openen.

Kevin Amse – De dood of de gladiolen

Noch tekstueel noch verbaal kan ik stoppen met moorden
Ben zo gehecht aan taal; ik naai wondes met woorden
Beangstigend hoe ik het beeld voed dat in jouw huis dwaalt:
ik zie dat je bloedt omdat Amse zijn slag thuis haalt
Ben je onder de indruk van wat mijn route met je beleving deed?
De grond zakt vanonder je voeten alsof je in een aardbeving leeft
Jouw rivier aan tranen kan niet baten; het mondt uit in ’t slop
Laat je in alle staten achter als ik je rond de wereld schop
Winnen is gewoonte en ik heb meer patronen dan een zaal in Parijs
Dus vandaag ga ik omgekeerd te werk: hier betaal je de prijs
De klank van deze tekst blijft vastzitten tussen jouw gehoorlijn
Je kan proberen het te amputeren en dan wordt Amse jouw fantoompijn
Zelfs een kerk laat voor jou geen deur op een kier staan
Jouw teksten zijn zoals een naaktstrand: je hebt er niets aan
Je vindt mijn werk zuur omdat het jouw oogkleppen opvreet
Kijk, je bent niet hiphop omdat iedereen je een boks geeft
Dat heet pesten.
Hoe kun je nu ooit verwachten dat jouw hussel lukt
als je nooit in het plaatje kan passen als een fout puzzelstuk?
De enige keer dat je iemand versloeg, was in een innerlijke strijd
Net als een emo kom je pas scherp uit de hoek als je jezelf snijdt.
Hangt jouw leven aan een zijden draad? Ik maak dat het knapt
Ik begrijp je instelling… maar niet hoe je daar bent ontsnapt.
Je wil mijn geheim kennen, want iedere zin hier doorboort je brein
Maar hoe dom kun je zijn: je bent meer op het spoor… dan een trein
…heb ik je nu overreden?
Logisch, want ik ben baanbrekender dan Belgische klotewegen
en de weg die jij hebt ingeslagen is een doodlopend eind.
Wat hebben jij en een ingestort gebouw gelijk? Alle niveau ben je kwijt
Je hebt geen vrienden; geen kat zou om jouw dood rouwen
Als een homofiele ninja ben je onzichtbaar voor vrouwen
Zo gaat jouw bestaan in rook op terwijl ik een vorstin bemin
En jij kan pas naam maken als je aan een kind begint.
Maar met wie zal jij een band creëren? Je zult nimmer, niet, nooit trouwen
Zo eenzaam: jij moet jezelf een hand geven om het sportief te houden
Zo eenzaam dat zelfs een bibliotheek niets aan jou leent
Jij een hoogvlieger? Ja, als iemand je op sleeptouw neemt
Je krijgt geen poot aan de grond als een hond zonder benen
O, ja: zo eenzaam: zelfs Christus wil aan jou geen wonder verlenen
Zo eenzaam: zelfs Thor wil jou niet op je donder geven
en dom: je bent te stom om te spreken.
Ik word je dagelijkse nachtmerrie, wees zeker dat ik nooit stop.
Haal je dit maar voor de geest: ik blijf ook dood, op.

Opinie: De gemeenschapsdienst – Binnenkort een jaar langer naar school?

De gemeenschapsdienst: binnenkort een jaar langer naar school?
Van het oude Sparta tot de legers van Napoleon en het huidige Israël: de (militaire) dienstplicht is tijdloos. De idee om opnieuw een soort van gemeenschapsdienst in België in te voeren, kent de laatste jaren veel bijval. Opmerkelijk is dat het voorstel vanuit de jongeren zelf komt: de Vrijdaggroep, een denktank van 25- tot 35-jarigen, lanceerde onlangs een oproep om de dienstplicht terug in te voeren. Ook in de politieke wereld is er animo voor het voorstel. In de praktijk blijkt het echter moeilijk realiseerbaar: critici bekijken het als een vorm van dwangarbeid. Is het mogelijk om een verplichte gemeenschapsdienst in te voeren zonder daarbij te raken aan de fundamentele rechten en vrijheden van de mens?

Het blijkt ervan af te hangen hoe de overheid zo’n verplichte dienst definieert. Minister Delcroix schafte de Belgische dienstplicht af in 1994. De hoofdreden hiervoor was dat in een moderne oorlog er minder manschappen en meer technologische experts nodig zijn. In Nederland bestaat het wel nog; alleen is er geen opkomstplicht meer. Die situatie veranderde echter in 2011. De regering trok toen subsidies uit om een gemeenschapsplicht of maatschappelijke stage in te voeren. De Nederlandse scholieren moesten minstens 30 uur verplichte en onbetaalde stage verrichten. De gedachte daarachter was dat leerlingen in contact zouden komen met organisaties die een positieve maatschappelijke bijdrage leveren. De stage werd echter in 2015 afgeschaft. Er rezen teveel stemmen op die de werkperiode als dwangarbeid bestempelden en dat is natuurlijk verboden. Ook de jongeren zelf zouden ertegen gekant zijn. Het uitgetrokken geld kon in tijden van besparing beter aan andere zaken besteed worden. De gemeenschapsdienst was in Nederland dus een kort leven beschoren.

Er blijken echter enkele fouten in de tegenargumentatie te zitten. Een onderzoek toonde aan dat 68% van de jongeren hun stage beoordeelden als ‘een waardevolle ervaring.’ Het onderzoek toonde eveneens aan dat meer dan de helft van de scholieren het zonde vond dat de overheid de stages afschafte. Het moderne onderwijs kent trouwens wereldwijd verplichte en onbetaalde beroepsstages. Ook bij ons zijn ze welbekend, zowel in het secundair- als in het hoger- en universitair onderwijs. Die stages worden niet bekeken als dwangarbeid, maar als een onderdeel van de opleiding waarin de student de praktijk leert. Een maatschappelijke stage zou bekeken kunnen worden als een vak van het onderwijstraject waarin scholieren geconfronteerd worden met de samenleving en haar inwoners en met het werkleven. Het kan eveneens de  stage zijn die studenten in het algemeen secundair onderwijs momenteel ontbreken. Zo zijn 18-jarigen beter voorbereid eer ze de keuze moeten maken tussen een job en het voortgezet onderwijs. Het budget dat de overheid voor het project vrijmaakt, is op lange termijn geen weggegooid geld. Als jongeren een betere (studie)keuze kunnen maken, levert dat economisch gezien ook iets op: minder zittenblijvers en minder burn-outs.

Afhankelijk van hoe de overheid het organiseert, kan een maatschappelijke stage veel voordelen met zich meebrengen. Zo is het mogelijk om de stage in te delen per domein en in tijd. Als scholieren ieder semester in een andere sector werken, biedt dat verscheidene voordelen. Ten eerste leren ze bij over wat ze wel en niet graag doen in het werkveld. Ze krijgen ruimte om talenten te ontdekken en om gesprekken te voeren met ervaren mensen in het beroepsleven. Dat kan hun latere studie- of werkkeuze positief beïnvloeden. Ten tweede komen ze in contact met mensen die een diverse leeftijd en achtergrond hebben. Dat kan helpen om vooroordelen, discriminatie en racisme terug te dringen. Ten slotte leren ze sectoren en beroepen kennen waarvan ze nog niet zo’n duidelijk beeld hadden. De ervaring die ze in die beroepen verwerven kan het voor jongeren mogelijk maken om jobs te leren appreciëren die ze daarvoor misschien hadden onderschat. Dat kan zorgen voor een groter wederzijds begrip, meer burgerzin en een grotere betrokkenheid in onze samenleving.

Het is natuurlijk moeilijk te voorspellen of de beschreven voordelen ook werkelijk zullen plaatsvinden. Er zullen altijd gevallen zijn waarin leerlingen zich vervelen op het werk of ze de job niet serieus nemen. Sommige studenten weten al lang wat ze willen doen in het leven en hebben daarvoor geen extra stage nodig. Misschien werkt het contact met meer ervaren werknemers voor enkelen wel ontmoedigend. Anderen zullen door het werkleven gesterkt zullen worden in negatieve meningen en gedachten. Zo kunnen ze bepaalde beroepen net minderwaardig gaan vinden. Ontevredenheid is altijd het risico van een algemeen systeem. Wat hier een vergeten aspect kan zijn, is dat het merendeel van de jongeren nog in haar puberteit zit. Het is moeilijk om van hen al een grote mate van verantwoordelijkheid en volwassenheid te verwachten. Vaak beseffen ze nog niet wat zelfstandigheid inhoudt en hoe een maatschappelijke stage hen daarbij kan helpen. Dat klinkt misschien negatief, maar net daarom is de maatschappelijke stage een kans om hun meer verantwoordelijkheid bij te brengen. Bovendien kan een klein maandelijks loon voor hun een enorme stimulans betekenen.

Een maatschappelijke stage kan succesvol worden indien de jongeren er mee over mogen beslissen. Hun interesses worden aangesproken door hen te laten kiezen waarin ze willen werken. De stage kan, mits een goede begeleiding, een manier zijn om studenten te helpen ontdekken wat ze willen in het leven. Zo kunnen ze zich beter oriënteren in de hogescholen en in de universiteiten, wat dan weer minder zittenblijvers oplevert. Dat is economisch gezien in het voordeel van zowel het onderwijs als van de ouders. Met goede afspraken tussen school, leerling en bedrijf, is de stage een actieve manier om mensen meer te betrekken in onze samenleving. Een maatschappelijke stage wordt dan eerder een leerproces dan een vorm van dwangarbeid. En het recht op onderwijs behoort ook tot de fundamentele rechten en vrijheden van de mens.

Kalibrage op het Ek slam 2016

Na de overwinning van Slambacht in de Belgische teamslam op vrijdag 25 november 2016, mocht Slambacht de dag erna de kalibratie op het Europees kampioenschap poetry slam verzorgen.
Concreet hield dat in dat slammers Martijn Nelen, Teddy Bair en Kevin Amse iedere ronde op het Ek mochten inleiden met een slamtekst. Op basis van hun tekst kon de jury de standaard bepalen.

Het werd een fantastische avond waarin de deelnemers van het Ek een torenhoog niveau bereikten. De winnares van de avond van de Leuvense Carmien Michels, een bevriend slamster die voor Nederland uitkwam.

Teamkampioen met Slambacht

Op vrijdag 25 november 2016 won Kevin Amse met zijn team Slambacht de eerste Belgische teamslam. Het evenement vond plaats in Leuven aan de vooravond van het Europees kampioenschap poetry slam 2016. De jury bestond uit de landkampioenen van het Ek slam.

Het was de eerste keer dat dergelijk teamkampioenschap werd georganiseerd. Slambacht wist het te halen van een Nederlandstalig en twee Franstalige teams.

Opinie:

Onverdoofd slachten als afleidingsmanoeuvre

De discussie over onverdoofd slachten lijkt deel te zijn geworden van een grotere discussie: de islam in België. Nochtans is het ritueel slachten een gewoonte die voorkomt in meerdere religieuze gemeenschappen. Onverdoofd slachten zou rein zijn volgens enkele heilige boeken. Het tegenargument voor dit ritueel is dat dieren nodeloos moeten lijden. Maar is diervriendelijk slachten eigenlijk niet een contradictio in terminus?

De meeste dieren die verdoofd worden geslacht, hebben het niet zo goed in België. Ze leven gemiddeld zes maanden en het grootste deel van hun tijd brengen ze door in een kale en kleine omgeving. Bij varkens is die ruimte bijvoorbeeld één vierkante meter per dier. Slachtvee wordt systematisch behandeld met groeibevorderende producten en met geneesmiddelen. De groeibevorderende producten zorgen voor veel vlees; de geneesmiddelen dienen om ziektes te voorkomen. Die producten komen dus onrechtstreeks ook in ons lichaam terecht.
Wanneer de dieren genoeg vet hebben, is het tijd voor de rit naar het slachthuis. Die rit is meestal de eerste keer dat het vee in contact komt met de openlucht. Door de vele nieuwe prikkels kan dat een zeer stresserende rit zijn. Aangekomen in het slachthuis, voelen de meeste dieren zich merkbaar onwennig. Een elektrische schok verdooft ze en daarna worden ze geslacht. Het is bekend dat de machine die de elektrische schok toedient, niet altijd evengoed zijn job doet. Sommige dieren zijn nog bij bewustzijn voor het slachtproces. De Belgische slachthuizen doden ongeveer 27 miljoen dieren per maand. Dat zijn meer dan 300 miljoen dieren per jaar. Ter vergelijking: het aantal onverdoofd geslachte dieren komt jaarlijks neer op gemiddeld 40 000. We kunnen ons het volgende afvragen: hebben dieren die onverdoofd geslacht worden, het echt beter?

Als we eerlijk zijn, kennen we daarop het antwoord al: of het nu verdoofd of onverdoofd is, diervriendelijk slachten bestaat niet. Maar dat maakt van onverdoofd slachten geen non-discussie. De regering heeft een wet ingesteld voor algemeen dierenwelzijn. Die wet houdt in dat niemand dieren onverdoofd mag slachten. Daarop een uitzondering toestaan, raakt kant noch wal. Zo’n uitzondering toont de wreedheid van de desbetreffende instantie (in dit geval een religie) tegenover dieren aan. Hetzelfde valt te zeggen over de overheid die de uitzondering toekent. Een uitzondering op de wet van het dierenwelzijn is een morele stap achteruit. Langs de andere kant moet je nadenken of de wet op dierenwelzijn wel echt een verbetering is voor slachtdieren. De manier waarop slachtvee momenteel wordt behandeld, kan je bekijken als morele stap achteruit.
Met deze gedachten in het achterhoofd lijkt de huidige discussie over onverdoofd slachten een manier om de islamitische gemeenschap te stigmatiseren. Als de maatschappij echt voor dierenwelzijn wil kiezen, dan moet het de vleesindustrie aanpakken. Maar dat is niet evident vanwege de machtige lobby die de industrie heeft. Bovendien zijn veel Belgen gesteld op hun dagelijkse portie (goedkoop) vlees. Zolang politici deze situatie ongewijzigd laten, blijft onverdoofd slachten een politiek afleidingsmanoeuvre van de echte discussies.

Conclusie: diervriendelijk slachten is onmogelijk. Het is wel mogelijk om het dierenwelzijn verbeteren. Enerzijds door minder vlees te eten. Er zijn genoeg vleesvervangers die alle vitaminen bevatten van een portie vlees. Je kan het vleesverbruik laten dalen tot twee keer per week en toch gezond te blijven. Anderzijds door meer geld te betalen voor vlees van lokale afkomst. Zo krijgt de vleesindustrie meer ademruimte om hun dieren beter te behandelen. Momenteel moeten zij aan een grote vraag naar vlees voldoen. Daarnaast moet dat vlees goedkoop zijn, want de consument is een lage prijs gewoon en de concurrentie (van het buitenland) is groot. Minder vlees eten brengt natuurlijk minder winst op voor de industrie. De echte vragen van de discussie over onverdoofd slachten zijn dus ten eerste of de maatschappij bereid is om in de geldbuidel te tasten en ten tweede of ze bereid is om haar eetgewoonten te veranderen.

Met bewuste groeten
Kevin Amse

Opinie: Het eenheidsvak als maatschappelijke dode hoek

Het schooljaar is weer begonnen en dat brengt enkele klassieke discussies op gang. De laatste jaren is er een enorme discussie rond het zogenaamde eenheidsvak: we brengen alle levensbeschouwelijke vakken onder in één vak waar we een open dialoog met elkaar aangaan. Klinkt fantastisch, toch? Helaas is het niet zo simpel…

Het onderwijs heeft al vele hervormingen doorstaan. Meestal gaan die hervormingen uit van politici. Het huidig democratisch systeem zorgt er echter voor dat politici vaak ver van hun domein staan. Je kan een minister zelden een doorwinterde specialist(e) in het ambt noemen. Tenzij het over minister-zijn zelf gaat. Het zijn vaak de kabinetten die het meeste werk verrichten. Oké, je kan wel stellen dat we allemaal een beetje onderwijsspecialist zijn. Velen hebben tenslotte meer dan 12 jaar op de schoolbanken gezeten. Dat maakt ons echter nog geen deskundigen. Een amateur voetballer wordt ook niet zo snel trainer van een ploeg uit eerste klasse.

Levensbeschouwing
In een levensbeschouwing zitten de normen, waarden en morele standpunten die je in het leven in neemt. Je kan stellen dat een misdadiger een reeks foute normen en waarden heeft meegekregen. Dat komt deels omdat hij of zij nergens de kans heeft gekregen om een goed gesprek aan te gaan over diens normen en waarden.
Als je daarover nadenkt, lijken de levensbeschouwelijke vakken op school opeens een pak ernstiger. Dat zijn ze ook. Ze zijn belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Waar andere vakken over kennis gaan, handelen de levensbeschouwelijke vakken over hoe je jezelf gedraagt in het leven. Dat kan het verschil maken tussen iemand die mensen pijn doet en iemand die bereid is om mensen te helpen.

Het eenheidsvak
Een recent debat gaat over de levensbeschouwelijke vakken. Dat is een heet hangijzer geworden in deze tijden van angst en terrorisme. Veel mensen willen de levensbeschouwelijke vakken in hun huidige vorm afschaffen. Ze willen dat er een algemeen vak komt. In dat vak wordt er over alle levensbeschouwingen geleerd. En over universele normen en waarden. De leerlingen kunnen daaromtrent in open dialoog gaan. Zo worden ze klaargestoomd voor het echte leven, waar ze ook in open dialoog met elkaar moeten leven. Een school is geen volledige weerspiegeling van de maatschappij. Maar in dit specifieke geval misschien wel. Mensen met verschillende levensbeschouwingen zijn niet geneigd om veel met elkaar om te gaan. Niet op school, niet in het dagelijkse leven. Een eenheidsvak kan dus een goede basis vormen. Maar dan moet er wel breder over worden nagedacht.

Radicaliseren
Ik weet niet of politici wel eens met grote groepen kinderen babbelen. Ik heb dat in ieder geval vaak gedaan als voormalig leerkracht van een levensbeschouwelijk vak. Uit de gesprekken bleek dat er een enorme nood is vanuit kinderen om te spreken over hun waarden en normen. In de levensbeschouwelijke vakken ‘kunnen we pas echt onszelf zijn’, hoorde ik vaak. Het is belangrijk dat leerlingen op school een plek hebben waar ze zichzelf kunnen zijn. Waar ze met gelijkgestemde zielen over normen en waarden kunnen babbelen. Thuis krijgen ze daar vaak wel een basis over, maar op school wordt die basis omgezet in expertise. En dat in een veilige en gecontroleerde omgeving: de school. Indien dat op school niet meer kan, gaan ze die expertise elders opzoeken. Dat kan in een onveilige en ongecontroleerde omgeving zijn. Zo ontstaat er sneller radicaal gedachtegoed.

De praktijk
Praktisch gezien stuit je ook op enkele problemen bij het eenheidsvak. Iedere levensbeschouwing heeft namelijk een zelfstandige inspectie. Deze staat in voor de procesdoelen (voor andere vakken zijn dat eindtermen). Vele leerkrachten van de levensbeschouwelijke vakken hebben hun vaste plek op school. Met een eenheidsvak ga je dus een pak mensen hun job (deels) afnemen. Dat geldt overigens in alle scenario’s. Je kan een nieuwe opleiding oprichten van waaruit je vakspecialisten haalt. Je kan de huidige leraren de kans geven om deze opleiding verkort te volgen. Maar dan is er nog steeds een jobverlies. Iedere school heeft een aantal leerkrachten die levensbeschouwelijke vakken geven. Wat ga je met hen doen? Niet iedere leerkracht heeft nog andere vakken gestudeerd of wil deze nog geven. Ook als je het projectmatig aanpakt en per levensbeschouwing een leerkracht inschakelt, zit je nog steeds met jobverlies. Je haalt ook de vaste grond vanonder de voeten van veel leerkrachten. Ze hebben jarenlang gewerkt aan lesmateriaal dat valt nu zomaar weg… Een zure appel. Bovendien wordt het een enorm moeilijke organisatie.

Alternatieven
Je kan de voordelen van zowel de verschillende levensbeschouwelijke vakken combineren met de voordelen van een eenheidsvak. Laat de leerlingen hun expertise opbouwen in hun levensbeschouwelijke lessen. Naarmate het schooljaar vordert, kan je een gezamenlijk project opstarten. Daar zitten alle leerlingen van de levensbeschouwelijke vakken samen in kleinere groepen. In die groepen krijgen ze opdrachten waarbij ze in dialoog moeten gaan over gezamenlijke waarden en normen. Op die manier werken ze echt samen. Zo leren ze elkaar kennen en begrijpen. En vooral: zo leren ze dat samenwerken altijd lukt. Dergelijke projecten heb ik in het verleden vaker uitgevoerd. Ze bleken telkens een groot succes te zijn. De reacties van de leerlingen waren zeer positief. Als je aan het eind van het project leerlingen tegen elkaar hoort zeggen ‘Ìk wist niet dat wij en die van Islam dezelfde normen en waarden hebben. Da’s echt zot’, kan je maar één ding besluiten: deze jongeren hebben net een stap naar elkaar gezet. En dat is precies waarover deze discussie gaat.

Met bewuste groeten
Kevin Amse

Het Belgisch kampioenschap poetry slam

Op dinsdag 28 september trad Amse toe tot een select clubje. Dat deed hij door zich voor de derde opeenvolgende keer voor de finale van het Belgisch kampioenschap poetry slam te kwalificeren. Hij plaatste zich opnieuw via een Gentse voorronde, wat hem ook meteen tot recordhouder in de Gentse slam poetry scène maakt.

En nog beter nieuws! Martijn Nelen is de medewinnaar van de avond. In de kleine finale zelfs de hoofdwinnaar. Daarbovenop won Teddy Bair de publieksprijs. Daarmee plaatsen beide heren zich eveneens voor de finale van het Bk slam. Het collectief Slambacht zit daarmee voltallig in de finale.

De finale zelf vindt plaats op 29 oktober in de 30CC Schouwburg te Leuven. Hopelijk zien we jullie daar!

Brieven aan een ex-prins

In april 2015 maakte Amse zijn debuut als auteur met het boek ‘Brieven aan een ex-prins’, dat uitkwam bij uitgeverij Scriptomanen vzw. Voor dit satirische project schreef hij een jaar lang iedere week een brief naar Koning Filip. Hij stuurde ze ook daadwerkelijk op. Burgemeester Daniël Termont las een van zijn brieven voor. Artikels over het boek verschenen in de krant ‘Het Laatste Nieuws’ en in het magazine ‘Knack’. Je kan het boek nog steeds kopen via onderstaande link.

http://www.mijnbestseller.nl/shop/index.php/brieven-aan-een-ex-prins-70136-www-mijnbestseller-nl.html

De focus verlegd

In juli 2016 nam Kevin Amse de beslissing om zijn focus te verleggen naar wat hem het meest bezighoudt: het werken aan een avondvullend programma waarin slam poetry en komedie in elkaar overvloeien. Daardoor stopt hij als presentator van evenementen. De cabaretgroep ‘Meenvoud’ kent momenteel ook een (tijdelijke) stop. Eveneens is hij gestopt met improvisatie-comedy. Binnenkort begint hij met de eerste try-outs voor zijn avondvullend programma waarmee hij binnen enkele jaren hoopt op de planken te staan.